Op een terras ving ik een flard op van het gesprek aan het tafeltje naast me. "Nee... maar het is wel leuk hoor!" En als antwoord: "Ja... nee... dat geloof ik."
Ja én nee... Ik betrap mezelf er ook wel eens op: "Ja... nee, daar heb je wel gelijk in."
Dit gebruik van 'ja' en 'nee' heeft weinig te maken met het beantwoorden van een ja-nee-vraag. Als gevraagd wordt: "Wil je nog koffie?", dan is het antwoord een duidelijk ja of nee. Niet iets als: "ja... nee... doe nog maar een bakkie."
Ik denk dat het misschien gewoon opvulling is. Je zegt vast iets terwijl je nog aarzelt over je antwoord. Een soort van 'eh', maar dan anders.
Toen ik er op internet naar zocht vond ik een onderzoek uit 2002 van twee Australische taalkundigen, Burridge en Florey: 'Yeah-no He's a Good Kid': A Discourse Analysis of Yeah-no in Australian English.
Jammer dat het artikel achter een betaalmuur zit. Voor 48 euro kun je het downloaden.
Ja... nee... wel interessant, maar laat maar, beetje te duur.
Ja-Nee⁉️